Verzoekster trad op 1 april 2016 in dienst bij Oral Care op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zeven maanden, die op 1 november 2016 eindigde. Oral Care bood op 21 oktober 2016 een nieuw contract aan, maar dit werd niet geaccepteerd. Oral Care stelde dat mondelinge toezeggingen voldeden aan de aanzegplicht, maar de kantonrechter oordeelde dat alleen schriftelijke aanzegging rechtsgeldig is.
Verzoekster vorderde betaling van een aanzegvergoeding, vakantiedagen, vakantiegeld en vergoeding voor bedrijfskleding. Oral Care betwistte de aanzegvergoeding en stelde dat zij al een eindafrekening had gedaan en dat de bedrijfskleding niet vergoed hoefde te worden. Daarnaast vorderde Oral Care studiekosten en terugbetaling van teveel genoten vakantie-uren.
De kantonrechter oordeelde dat Oral Care niet tijdig schriftelijk had aangezegd, waardoor zij een aanzegvergoeding verschuldigd is ter hoogte van één maandsalaris. Het verzoek tot vergoeding van vakantiedagen werd deels toegewezen, terwijl het verzoek tot vergoeding van vakantiegeld was ingetrokken. De vergoeding voor bedrijfskleding werd toegekend omdat verzoekster deze met toestemming had aangeschaft en Oral Care dit niet betwistte. De vordering van Oral Care tot terugbetaling studiekosten werd afgewezen wegens gebrek aan schriftelijke overeenstemming.
Oral Care werd veroordeeld tot betaling van de aanzegvergoeding, vergoeding bedrijfskleding en vakantiedagen, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.