ECLI:NL:RBROT:2017:4834
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen door schuldenares
De rechtbank Rotterdam heeft op 6 juni 2017 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van een schuldenares. De bewindvoerder had de rechter-commissaris verzocht om beëindiging vanwege het niet nakomen van verplichtingen door de schuldenares, waaronder het niet aanleveren van sollicitatiebewijzen, het niet tijdig informeren van de bewindvoerder en het ontstaan van nieuwe schulden.
Tijdens de zitting verklaarde de schuldenares dat zij te maken had met persoonlijke problemen zoals een ongeplande zwangerschap, de geboorte van een kind met een oogafwijking en haar eigen depressiviteit. Ondanks deze omstandigheden had zij onvoldoende hulp ingeschakeld en was er geen verbetering in haar naleving van de verplichtingen.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen, waaronder het niet voldoen aan de sollicitatieplicht gedurende elf maanden, het niet afdragen van gelden aan de boedelrekening en het laten ontstaan van nieuwe schulden ter hoogte van ruim € 2.900. De rechtbank besloot daarom de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen op grond van artikel 350 lid 3 sub c van Pro de Faillissementswet.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door de schuldenares.