Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2017 in de zaak tussen
de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, verweerder,
Procesverloop
dr. G. Reinholtz-Artz, officiële dierenarts NVWA.
Overwegingen
24 april 2015 van een officiële dierenarts, drs. F. Demir, een beroep op het vertrouwensbeginsel. Volgens eiseressen is het bestreden besluit in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Pb 2004, L 139, blz. 55; hierna: Verordening 853/2004) is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:
De rechtbank volgt niet het betoog van eiseressen dat het verbod in artikel 2, tweede lid, van het Warenwetbesluit geen grondslag kan vormen voor het invoerverbod omdat er geen verband is tussen dat verbod en verordening 853/2004. Dat betoog miskent dat de regels van verordening 853/2004 tot de communautaire wetgeving behoren als bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder j, van de Importrichtlijn.
Het Warenwetbesluit en de Warenwetregeling bieden die ruimte evenmin. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel van eiseressen wordt verworpen.