Kiwi Group A/S kocht een partij Ritter Sport chocolade van Indi Gross GmbH en betaalde de koopsom, maar Indi Gross hield betaling tegen wegens een vordering die zij had laten cederen aan een derde. De chocolade lag opgeslagen bij Newcorp Warehousing B.V. Konfekture, leverancier van Indi Gross, stelde een eigendomsvoorbehoud te hebben op de chocolade en vroeg tussenkomst in de procedure.
De rechtbank oordeelde dat de betaling van Kiwi aan Indi Gross als betaling voor de chocolade moest worden gezien, omdat Indi Gross onvoldoende bewijs leverde van de cessie en de aard van de vordering. Hierdoor was Indi Gross gehouden tot afgifte van de chocolade aan Kiwi. Het eigendomsvoorbehoud van Konfekture werd niet tegen Kiwi toegerekend, omdat Kiwi te goeder trouw was en het eigendomsvoorbehoud onder het recht van het land waar de chocolade zich bevond niet meer van toepassing was.
Newcorp werd veroordeeld tot afgifte van de chocolade aan Kiwi, met inachtneming van haar retentierecht wegens onbetaalde opslagkosten. De vorderingen van Kiwi werden grotendeels toegewezen, met een dwangsom voor Indi Gross bij niet-nakoming. Proceskosten werden verdeeld tussen Indi Gross en Konfekture, Newcorp werd niet in de kosten veroordeeld.