ECLI:NL:RBROT:2017:5448
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruimingsvordering na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst wegens drugsactiviteiten
De zaak betreft een kort geding tussen Woningstichting Eendracht en de huurder van een woning te Rotterdam. Na een politie-inval waarbij drugs en wapens werden aangetroffen, heeft de burgemeester de woning op grond van artikel 13b Opiumwet voor zes maanden gesloten. Eendracht heeft daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden op grond van artikel 7:231 lid 2 BW Pro.
De huurder betwist betrokkenheid bij drugsactiviteiten en stelt dat hij gedurende een lange periode afwezig was en niemand toegang heeft gegeven tot de woning. Hij betwist tevens het spoedeisend belang van de vordering. De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding rechtsgeldig is en dat het bestuursrechtelijke besluit tot sluiting niet ter beoordeling staat in deze procedure.
De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat de ontbinding een einde maakt aan de huurovereenkomst en veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening. Tevens wordt een schadevergoeding toegewezen voor de periode vanaf de ontbinding. De vordering tot ontruiming en schadevergoeding wordt toegewezen, het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van schadevergoeding vanaf de ontbinding.