ECLI:NL:RBROT:2017:5455
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring en afwijzing aanhoudingsverzoek voor minnelijk traject
De gemeente Rotterdam verzocht de rechtbank om verweerder failliet te verklaren. Verweerder vroeg om aanhouding van de procedure om een minnelijk traject via schuldhulpverlening te starten. De rechtbank constateerde dat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van veertien dagen een verzoek tot minnelijk traject had ingediend en dat het verzoek pas laat werd ingediend.
Verzoekster voerde aan dat de vordering aanzienlijk was en niet te goeder trouw was ontstaan, mede gelet op een onherroepelijk vonnis dat verweerder persoonlijk aansprakelijk hield. Ook de hoge belastingschuld van verweerder stond toelating tot schuldsanering in de weg. De rechtbank stelde vast dat nog geen intakegesprek had plaatsgevonden en dat het minnelijk traject niet was opgestart, waardoor het aanhoudingsverzoek werd afgewezen.
De rechtbank oordeelde dat summierlijk was gebleken dat verweerder niet meer betaalde en dat het centrum van zijn belangen in Nederland lag, waardoor zij bevoegd was de faillissementsprocedure te openen. De rechtbank verklaarde verweerder failliet, benoemde een rechter-commissaris en curator, en gaf de curator de bevoegdheid tot het openen van post gericht aan de gefailleerde.
Uitkomst: Verzoek tot aanhouding afgewezen en verweerder failliet verklaard.