ECLI:NL:RBROT:2017:5507
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk tegen sluiting café na geweldsincident
Eiser exploiteerde sinds 2013 een café waar in mei 2015 een ernstig geweldsincident plaatsvond in de directe omgeving. Naar aanleiding hiervan besloot de burgemeester het café voor zes weken te sluiten. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of eiser voldoende belang had bij het beroep, aangezien de sluitingsperiode in het verleden lag en de drank- en horecavergunning, exploitatievergunning en aanwezigheidsvergunning al eerder waren ingetrokken. De rechtbank concludeerde dat eiser met het beroep niet kon bereiken dat het café alsnog geopend zou worden.
Eiser stelde dat hij onzorgvuldige besluitvorming betrof en dat hij niet verantwoordelijk was voor het incident, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende om het belang te erkennen. Ook het argument dat de sluiting mede ten grondslag lag aan de intrekking van vergunningen werd door verweerder ontkracht.
Gelet op het ontbreken van belang verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het café wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.