De veroordeelde was bij een onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 240 dagen gevangenisstraf, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en diverse bijzondere voorwaarden, waaronder elektronische enkelbandcontrole en contactverbod.
De officier van justitie verzocht de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel omdat de veroordeelde herhaaldelijk de voorwaarden overtrad, met name door het niet opladen van de enkelband waardoor hij buiten beeld was en het betreden van verboden gebied. De reclassering rapporteerde onvoldoende medewerking en motivatie van de veroordeelde om de hulpverlening te volgen.
De raadsman verzocht om wijziging van de voorwaarden, met name beëindiging van het elektronisch toezicht, maar de rechtbank wees dit af vanwege de ernst en herhaling van de overtredingen. De rechtbank achtte de kans nihil dat de veroordeelde zich aan de voorwaarden zou houden en gelastte de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 28 juni 2017, waarbij de veroordeelde werd veroordeeld tot het ondergaan van de 120 dagen gevangenisstraf die voorheen voorwaardelijk waren opgelegd.