ECLI:NL:RBROT:2017:5857
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van volmacht en vertegenwoordiging in bestuursrechtelijke procedure verkeersboete
Betrokkene kreeg een bestuurlijke sanctie opgelegd wegens het ontbreken van een keuringsbewijs voor een kentekenplichtig motorvoertuig. Tegen deze sanctie werd door twee verschillende gemachtigden namens betrokkene afzonderlijk beroep ingesteld bij de rechtbank. De officier van justitie verklaarde het administratief beroep ongegrond, waarna beide gemachtigden tegen deze beslissing hoger beroep aantekenden.
De rechtbank constateerde dat de twee gemachtigden niet gezamenlijk, maar afzonderlijk namens betrokkene optraden. Uit de overgelegde machtigingen bleek niet dat betrokkene hen gezamenlijk had gemachtigd, noch was duidelijk of een van de machtigingen was ingetrokken. Dit leidde tot onzekerheid over de rechtsgeldigheid van de vertegenwoordiging.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat bepaalt dat de rechter mag verlangen dat een gemachtigde schriftelijk bewijs van zijn volmacht overlegt. Om te voorkomen dat betrokkene door twee afzonderlijk procederende gemachtigden aan onverenigbare rechtshandelingen wordt gebonden, gaf de rechtbank betrokkene vier weken de tijd om een expliciete verklaring te overleggen waarin hij duidelijk maakt of een of beide gemachtigden gemachtigd zijn om namens hem op te treden.
De beslissing werd uitgesproken door kantonrechter R.J. van Boven tijdens een openbare zitting te Rotterdam.
Uitkomst: De gemachtigden worden in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een expliciete verklaring van betrokkene te overleggen over de volmachtverlening.