Op 11 maart 2017 vond een overval plaats in een supermarkt te Hardinxveld-Giessendam waarbij een kassière werd bedreigd met een mes. De verdachte werd aangewezen als dader, maar de rechtbank kreeg geen overtuiging dat hij daadwerkelijk de overval had gepleegd.
De verklaringen van getuigen waren algemeen en onderling inconsistent. Het signalement was vaag, en getuigen konden elkaar mogelijk beïnvloed hebben, met name na een bijeenkomst van supermarktmedewerkers. Fotoconfrontaties werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege het ontbreken van objectieve keuzemogelijkheden en de bekende relatie tussen verdachte en personeel.
Daarnaast strookten verklaringen over de vluchtfiets niet met de feitelijke fiets van de verdachte. De verklaringen van de verdachte en zijn vriendin ondersteunden eveneens de twijfel over zijn betrokkenheid. Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank de verdachte vrij.