ECLI:NL:RBROT:2017:6386

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
2 augustus 2017
Publicatiedatum
18 augustus 2017
Zaaknummer
VI-99/000283-25
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Herroeping
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping voorwaardelijke invrijheidsstelling wegens niet naleven bijzondere voorwaarden

De veroordeelde was voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder bijzondere voorwaarden, waaronder het melden bij verslavingsreclassering, het niet gebruiken van alcohol en drugs, en een open, gemotiveerde houding ten aanzien van toezicht. Eerder was al gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling uitgesproken wegens het niet naleven van de meldplicht.

Het openbaar ministerie vorderde volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling voor 427 dagen, omdat de veroordeelde ook de voorwaarden omtrent alcohol- en druggebruik en medewerking niet naleefde. De reclassering rapporteerde meerdere afwijzingen voor beschermd wonen vanwege gebrek aan motivatie en meldde overtredingen zoals alcoholgebruik, cannabisgebruik en onvoldoende opladen van de enkelband.

De rechtbank hoorde de officier van justitie, de veroordeelde met zijn raadsman en een reclasseringsmedewerker. De raadsman pleitte voor een gedeeltelijke herroeping, maar de rechtbank concludeerde dat de veroordeelde slechts onder eigen voorwaarden wil meewerken en geen vertrouwen meer bestaat dat hij zijn houding zal verbeteren.

Daarom wees de rechtbank de vordering van het openbaar ministerie integraal toe en gelastte dat de nog niet uitgezette straf van 427 dagen alsnog wordt uitgevoerd.

Uitkomst: De rechtbank herroept de voorwaardelijke invrijheidsstelling en gelast de uitvoering van 427 dagen gevangenisstraf.

Uitspraak

Rechtbank ROtterdam
Team straf 3
VI-zaaknummer: 99/000283-25
Datum uitspraak: 02 augustus 2017
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank in de zaak tegen de veroordeelde
[naam veroordeelde],
geboren op [geboortedatum veroordeelde] op [geboorteplaats veroordeelde] ( [geboorteland veroordeelde] ),
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres:
[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht, Kerkeplaat 25 te Dordrecht.
Raadsman mr. M.R. Kok, advocaat te Rotterdam.

OPGELEGDE STRAF

Bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te ’s-Gravenhage van 12 mei 2015, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest.
De veroordeelde is op 7 april 2017 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Als bijzondere voorwaarden zijn onder meer gesteld:
I. dat de veroordeelde zich binnen twee werkdagen na invrijheidstelling meldt bij Tactus
verslavingsreclassering te Zwolle;
II. dat de veroordeelde geen alcohol en drugs gebruikt;
III. dat de veroordeelde een open, gemotiveerde en meewerkende houding toont met betrekking tot het toezicht en alle overige voorwaarden.

EERDERE BESLISSING

Bij beslissing van 16 mei 2017 heeft de rechtbank een eerdere vordering van het openbaar ministerie tot gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling toegewezen omdat zij van oordeel was dat de veroordeelde de hiervoor onder I. genoemde bijzondere voorwaarde verwijtbaar niet had nageleefd.
De rechtbank heeft toen gelast dat van het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog een gedeelte, groot 60 dagen, moet worden ondergaan.

DE VORDERING

Op 24 juli 2017 heeft het openbaar ministerie een vordering ingediend tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde voor een periode van 427 dagen, wegens het niet naleven van de hiervoor onder II. en III. genoemde bijzondere voorwaarden.
Bij de vordering is overgelegd een rapport d.d. 21 juli 2017 van Tactus Verslavingszorg (hierna ook: de reclassering).

ONDERZOEK VAN DE ZAAK

Het onderzoek van de zaak heeft plaatsgevonden op de openbare terechtzitting van 02
augustus 2017.
De officier van justitie mr. P.A. Willemse en de veroordeelde, bijgestaan door zijn
raadsman, zijn gehoord. Tevens is als getuige gehoord mevrouw [naam getuige] , reclasseringsmedewerker bij Tactus Verslavingszorg te Zwolle.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling voor een periode van 427 dagen.
De raadsman heeft gesteld dat de veroordeelde van mening is dat hij wel gemotiveerd is en dat de veroordeelde bereid is om te stoppen met het drinken van alcohol en het gebruiken van softdrugs. De raadsman heeft gepleit voor hooguit een gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling van bijvoorbeeld 120 dagen omdat er thans te weinig reden is om de gehele vordering van de officier van justitie toe te wijzen. Na ommekomst van die periode zou dan immers opnieuw kunnen worden gekeken of de veroordeelde zich niet heeft gehouden aan zijn toezeggingen ten aanzien van het nakomen van de voorwaarden. Verder zou de reclassering daarna nogmaals naar de mogelijkheden voor verschillende woonvormen kunnen kijken.

ONTVANKELIJKHEID

Het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vordering, nu de vordering tijdig is ontvangen op de griffie van de rechtbank en de grond bevat waarop zij berust.

BEOORDELING

Uit het rapport van de reclassering blijkt dat de veroordeelde op 24 mei 2017 en op 3 juli 2017 bij drie instellingen/organisaties is aangemeld voor beschermd wonen. Even zoveel keren is hij afgewezen vanwege een gebrek aan motivatie. Na deze afwijzingen heeft de veroordeelde op 5 juli 2017 een officiële waarschuwing gekregen van de reclassering vanwege het onvoldoende meewerken aan het toeleiden naar begeleid wonen of maatschappelijk opvang. Vervolgens is hij op 18 juli 2017 en 19 juli 2017 nogmaals twee keer afgewezen vanwege een gebrek aan motivatie.
Voorts blijkt uit het rapport van de reclassering dat op 22 juni 2017 is geconstateerd dat de veroordeelde alcohol heeft gedronken waarvoor hij op 4 juli 2017 een berisping heeft gekregen van de reclassering. Op 18 juli 2017 heeft de reclassering bericht gekregen dat de veroordeelde cannabis heeft gebruikt. Op 5, 10 en 17 juli 2017 heeft de reclassering telkens de melding 'batterij tracker' laag ontvangen. Hetgeen betekent dat de veroordeelde de batterij van zijn enkelband, die hij in het kader van het elektronisch toezicht verplicht moet dragen, niet voldoende heeft opgeladen waardoor hij mogelijk niet te traceren is.
Op 12 juli 2017 heeft de veroordeelde een tussentijds waarschuwingsgesprek gehad met de advocaat-generaal bij de Centrale Voorziening VI, vanwege de melding van de overtredingen van de bijzondere voorwaarden. In dat gesprek is hem te verstaan gegeven dat hij zich gemotiveerd moet opstellen en zich aan de voorwaarden moet houden en dat het CVVI anders de herroeping van de gehele voorwaardelijke invrijheidsstelling zou gaan vorderen.
De getuige [naam getuige] heeft op de terechtzitting het rapport van de reclassering toegelicht en daarbij verklaard dat de reclassering alles in het werk heeft gesteld om te proberen de veroordeelde geplaatst te krijgen in een beschermde woonvorm, maar dat dat niet is gelukt, gelet op de negatieve houding van de veroordeelde De reclassering heeft de veroordeelde constant gewezen op de geldende bijzondere voorwaarden. Alle geraadpleegde instellingen hebben aangegeven dat de veroordeelde niet begeleidbaar is, dat hij ongemotiveerd is en zijn eigen weg gaat. De reclassering ziet dan ook thans geen enkel optie meer.
De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat de veroordeelde de hiervoor onder I., II. en III. genoemde bijzondere voorwaarden (bij herhaling) verwijtbaar niet heeft nageleefd. Op grond van het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank tevens van oordeel dat de veroordeelde kennelijk slechts wil meewerken onder zijn eigen voorwaarden en zij heeft er - mede gezien de vele kansen die hem reeds zijn geboden - met de reclassering dan ook geen vertrouwen meer in dat de veroordeelde thans zijn houding, gedrag en instelling ten goede zal aanpassen/wijzigen. De rechtbank ziet op grond daarvan ook geen reden over te gaan tot een gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling, zoals door de raadsman verzocht. De rechtbank zal dan ook de vordering van de officier van justitie integraal toewijzen.

BESLISSING

De rechtbank:
wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling;
gelast dat van het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog
427 (vierhonderdzevenentwintig) dagen moeten worden ondergaan.
Deze beslissing is genomen door
mr. N. Doorduijn, voorzitter,
mr. R. Brand en mr. A.A.T. Werner, rechters,
in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 02 augustus 2017.