De gemeente Veenendaal besloot bij een proef van 13,5 maanden gratis parkeren op zaterdagen in gemeentelijke parkeergarages aan te merken als een activiteit van algemeen belang volgens de Mededingingswet. Eiseressen, exploitanten van nabijgelegen particuliere parkeergarages, maakten bezwaar tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet voldeed aan de zorgvuldigheidseisen van artikel 3.2 Awb, omdat er geen gedegen onderbouwing was waarom gratis parkeren zou bijdragen aan de revitalisering van het centrum en het verminderen van straatparkeren. Tevens ontbrak een voorafgaande belangenafweging waarbij de belangen van derden, zoals eiseressen, meegewogen moesten worden.
De rechtbank stelde vast dat de gemeente niet had aangetoond dat overleg met de particuliere exploitanten had plaatsgevonden en dat de belangenafweging niet vooraf was gemaakt, maar pas na afloop van de proef zou plaatsvinden. Dit leidde tot de conclusie dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en het primaire besluit voor zover het de aanwijzing van gratis parkeren als activiteit van algemeen belang betrof. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseressen.