ECLI:NL:RBROT:2017:6838
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete AFM wegens overtreding provisieverbod uitvaartverzekeringen
De AFM legde A een bestuurlijke boete van €100.000 op wegens het overtreden van artikel 86c, eerste lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft, het provisieverbod voor uitvaartverzekeringen in de periode 1 mei 2013 tot 8 mei 2014. A betwistte de overtreding en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de publicatie van de boete te schorsen.
De rechtbank oordeelde dat niet de contractuele afspraken, maar de feitelijke situatie leidend is. A had provisie betaald aan C voor bemiddelingswerkzaamheden, waaronder vergoeding voor overdracht van een klantenbestand, salarissen van medewerkers en managementvergoedingen, wat onder het provisieverbod valt. A's betoog dat zij niet wist dat de werkzaamheden feitelijk bemiddelingswerkzaamheden waren, werd verworpen.
De rechtbank stelde dat A verwijtbaar handelde door onvoldoende controle uit te oefenen op de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst en dat de overtreding onnodig lang heeft geduurd. Ook het bezwaar tegen de publicatie van de boete werd afgewezen, omdat geen sprake was van onevenredige schade of bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de boete terecht is opgelegd en dat er geen reden is om de publicatie te schorsen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete en de publicatie daarvan wordt afgewezen.