Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 mei 2017, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie van 10 mei 2017, met producties;
- de brief van 31 mei 2017 van de rechtbank, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een comparitie van partijen;
- de brief van 10 juli 2017 van de rechtbank, waarbij partijen nader zijn geïnformeerd met betrekking tot de comparitie van partijen;
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte overlegging producties van 29 augustus 2017;
- het proces-verbaal van comparitie van 29 augustus 2017;
- de pleitnotities van mr. Linker.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie en in reconventie
- de verschillende overeenkomsten van geldlening;
- de in verband met die geldleningen verrichte afschrijvingen en bijschrijvingen op de bankrekeningen van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- schriftelijke verklaringen van [bestuurder Carlsen] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ;
- de jaarrekening 2014 van Carlsen, welke per 31 december 2014 een uitstaande lening aan [gedaagde 1] vermeldt van € 250.000,00;
- e-mail correspondentie van 22 september 2015 tussen [bestuurder Carlsen] en [gedaagde 1] inzake het nog openstaande bedrag van de lening.
5.De beslissing
getuigenwil laten horen,
binnen twee wekenna de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank - afdeling privaatrecht, planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden december 2017 tot en met maart 2018 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
bewijsstukkenen / of door een ander bewijsmiddel, hij dit
binnen twee wekenna de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank - afdeling privaatrecht, planningsadministratie, kamer E12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - en aan de wederpartij moet opgeven,
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
2221]