Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. A.P. Hameeteen
mr. A.I. van Strien,rechters in de meervoudige kamer voor wrakingszaken in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
Op 11 mei 2017 behandelde de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de Rechtbank Rotterdam de verzoeken tot wraking van drie rechters van de meervoudige strafkamer. Verzoekers, die in een strafzaak een strafeis van tien jaar gevangenisstraf tegemoet zien, stelden dat zij zich niet optimaal konden verdedigen zonder rechtsbijstand in de wrakingsprocedure en vroegen om aanhouding van de behandeling.
De wrakingskamer wees het verzoek tot aanhouding af omdat verzoekers reeds overleg hadden gehad met hun advocaten en nog steeds vertegenwoordigd werden. De wrakingsverzoeken zelf werden onmiddellijk behandeld. Verzoekers konden niet onderbouwen waarom de beslissing van de rechters om hun verzoeken tot wraking af te wijzen onbegrijpelijk zou zijn en waarom er sprake zou zijn van vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor.
De rechtbank oordeelde dat het enkele onwelgevallige karakter van een rechterlijke beslissing geen grond voor wraking vormt. Omdat verzoekers geen feiten of omstandigheden aandroegen die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid opleveren, werden de wrakingsverzoeken als kennelijk ongefundeerd aangemerkt en buiten behandeling gesteld. De beslissing werd uitgesproken door de drie gewraakte rechters zelf.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken zijn wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling gesteld.