Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
rechtbank Rotterdam.
Rechtbank Rotterdam
Op 11 juli 2017 ontving de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek gericht tegen de rechtbank zelf, ingediend door een verzoeker die geen partij was in de onderliggende procedure tussen [naam vennootschap] N.V. en [naam gedaagde]. De wrakingskamer heeft het dossier van de procedure bestudeerd en vastgesteld dat het verzoek niet door een procespartij is ingediend, noch door een gemachtigde van een partij.
Volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan alleen een partij in de procedure een wrakingsverzoek indienen. Omdat de verzoeker niet aan deze eis voldoet, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De wrakingskamer heeft daarom besloten het verzoek buiten behandeling te stellen conform artikel 9.1 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken en uitgesproken op 24 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier. Hiermee is het wrakingsverzoek definitief afgewezen zonder inhoudelijke behandeling.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.