Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[A],
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 april 2016 met producties
- de brief van 26 mei 2016 zijdens eisers met beslagrekest
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties
- de brief van 21 september 2016 waarin de rechtbank partijen oproept voor een zitting
- de zittingsagenda van 11 november 2016
- de brief van 9 december 2016 zijdens gedaagde met productie (beslagstukken)
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties
- het proces-verbaal van comparitie van 2 juni 2017.
2.De feiten
“Graag hoor ik van je wanneer [B] de overeenkomst wil tekenen.”
“[B] zal zelf een afspraak maken voor de ondertekening van de koopovereenkomst.”
indien de rechtbank in voornoemde bodemprocedure oordeelt dat de onroerende zaken dienen te worden geleverd aan [A] dan wel anderszins de overeengekomen levering van de onroerende zaken aan [E] door Beheermaatschappij [B] onmogelijk wordt;”