In deze civiele procedure vorderden eisers in het incident, aandeelhouders van Allure Executive Search B.V., inzage in de jaarrekeningen over 2014, 2015 en 2016 en de voorlopige cijfers van 2017, alsmede de onderliggende financiële administratie en bankbescheiden. Zij baseerden hun vordering op artikel 843a Rv en artikel 3:15j BW, stellende dat zij een rechtmatig en rechtstreeks belang hadden bij deze inzage.
De rechtbank constateerde dat de gevraagde jaarrekeningen niet waren opgemaakt, waardoor inzage daarin niet mogelijk was. Daarnaast ontbrak het aan een rechtmatig, rechtstreeks en voldoende belang bij de inzage in de voorlopige cijfers en onderliggende stukken. De rechtbank oordeelde dat de vordering vooral was ingesteld om de procedure te compliceren of te vertragen.
Verder wees de rechtbank het verzoek tot het verlenen van een akte niet-dienen af, omdat eerst op de vordering moest worden beslist. De eisers in het incident kregen alsnog de gelegenheid een conclusie van antwoord in te dienen, met beperkte uitstel. De proceskosten van het incident werden aan de eisers in het incident opgelegd, inclusief wettelijke rente en nakosten.
De zaak zal op 15 november 2017 worden voortgezet met de conclusie van antwoord in de hoofdzaak.