ECLI:NL:RBROT:2017:8378
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen over bankrekeningen en nalatenschap na overlijden moeder
De zaak betreft een geschil tussen twee broers over de afwikkeling van de nalatenschap van hun overleden moeder en het gebruik van gezamenlijke en/of-bankrekeningen. De moeder overleed in juni 2014, waarna in mei 2015 een boedelbeschrijving werd opgemaakt. De eiser vordert betaling van een bedrag dat volgens hem ten onrechte door de gedaagde van de en/of-rekeningen is opgenomen, stellende dat sprake is van Selbsteintritt en misbruik van omstandigheden.
De gedaagde betwist dit en stelt dat alle uitgaven in opdracht van de moeder zijn gedaan, die handelingsbekwaam was. Tevens vordert de gedaagde in reconventie diverse bedragen en medewerking bij de nalatenschapsafwikkeling, waaronder vergoeding voor taxatiekosten en het stoppen van negatieve uitlatingen.
De rechtbank oordeelt dat de en/of-rekeningen geen volmachtrelatie kennen, zodat Selbsteintritt niet van toepassing is. De eiser heeft onvoldoende geconcretiseerd en onderbouwd dat sprake is van misbruik van omstandigheden, waardoor zijn stelplicht niet is voldaan. Ook de nevenvorderingen van beide partijen worden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van beide partijen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.