ECLI:NL:RBROT:2017:8423
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele inkomenstoeslag Rotterdam 2016 en toepassing beoordelingsvrijheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de gemeente Rotterdam waarbij haar aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag over 2016 deels werd toegekend en deels afgewezen. Zij stelde dat de Verordening individuele inkomenstoeslag Rotterdam 2016 onverbindend moest worden verklaard omdat verweerder zijn beoordelingsvrijheid onredelijk en onjuist zou hebben ingevuld.
De rechtbank overwoog dat de eerdere verordening uit 2015 onverbindend was verklaard omdat deze in strijd was met artikel 36 van Pro de Participatiewet. De enkele omstandigheid dat de 2015-verordening alleen toeslag toekende aan personen van 18 tot 27 jaar, leidt niet tot misleiding of het ontstaan van rechten voor 2015. Ook is verweerder niet verplicht om de hoogte van de toeslag uit de oude verordening te handhaven in de nieuwe verordening.
Verder oordeelde de rechtbank dat de hoogte van de toeslag van € 50,- in de 2016-verordening niet onredelijk is en dat de wetgever geen individualisering van de hoogte voorschrijft. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden door verschillen tussen gemeenten in de hoogte van de toeslag, aangezien de Participatiewet decentrale bevoegdheden aan gemeenten toekent.
Ten slotte werden de overige beroepsgronden, waaronder motiveringsklachten, ingetrokken of verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de individuele inkomenstoeslag 2016 wordt ongegrond verklaard.