De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met twee jongens van 10 en 11 jaar oud in een zwembad op 10 juni 2017. De jongens verklaarden dat verdachte hen hielp met trucs zoals salto’s en hen daarbij aan hun buik, penis en bovenbenen zou hebben aangeraakt. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de verdachte de jongens inderdaad fysiek had aangeraakt in het kader van het helpen bij de trucs, maar dat dergelijke aanrakingen op zichzelf geen ontuchtig karakter hebben. De verklaringen van de jongens vertoonden verschillen en onduidelijkheden, en de rechtbank oordeelde dat zij niet vrij van beïnvloeding waren afgelegd. Ook ontkende verdachte het aanraken van de penis van de jongens.
Gelet op de noodzakelijke behoedzaamheid bij de beoordeling van de verklaringen en de ontkenning van verdachte, kon de rechtbank niet met voldoende overtuiging vaststellen dat er sprake was van ontuchtige handelingen. De badjuffrouw had geen afwijkend gedrag gezien en de jongens bleven de hulp van verdachte vragen. De rechtbank sprak verdachte vrij en hechtte geen waarde aan zijn belastende voorgeschiedenis bij de bewijsbeoordeling.