ECLI:NL:RBROT:2017:8917
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing parkeervergunning wegens ontbreken kentekenhouderschap ondanks gebruik auto
Eiser vroeg een parkeervergunning aan voor een auto die op naam van een ander stond. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet de kentekenhouder was, conform het Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2017. Eiser stelde dat hij de enige gebruiker was en verwees naar de Wegenverkeerswet 1994 om als houder te worden aangemerkt. Ook deed hij een beroep op de hardheidsclausule vanwege de onredelijke beperking die de afwijzing voor hem opleverde.
De rechtbank oordeelde dat het Uitvoeringsbesluit en de Verordening parkeerregulering het kentekenhouderschap als voorwaarde stellen voor een vergunning, en dat de Wegenverkeerswet 1994 hier niet op van toepassing is. De uitzondering voor lease- en bedrijfsauto’s geldt niet voor privéauto’s op naam van derden. De rechtbank vond geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, omdat extra reistijd en kosten onvoldoende zijn voor onbillijkheid van overwegende aard.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de parkeervergunning gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de parkeervergunning omdat eiser niet kentekenhouder is.