Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. I.M. Koopmans, en van wat de vertegenwoordiger en de raadsman van [naam verdachte rechtspersoon] ,
mr. G.J.K. Elsen, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
[nummer] ad informandum gevoegd, inhoudende de verdenking dat verdachte:
- Op 14 mei: concentratie van koper (0,59 mg/l)
- Op 15 mei: het chemisch zuurstofverbruik (550 mg/l)
- Op 4 juni: concentratie van koper (0,58 mg/l)
- Op 5 juni: het chemisch zuurstofverbruik (1.120 mg/l)
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Quality, Health, Safety and Environmentbij [naam verdachte rechtspersoon] , heeft verklaard dat het een bewuste keuze van het bedrijf was om het voorval niet te melden aan het bevoegde gezag, gelet op de omvang van de lekkage. Ook de heer [naam plaatsvervangend wachtchef] , de plaatsvervangend wachtchef, heeft verklaard dat geen melding was gedaan “omdat hij dit niet nodig vond vanwege de aard van de verwondingen en het incident”. Uit deze verklaringen blijkt dat aan het besluit geen melding te doen een afweging vooraf is gegaan, waaruit het opzet van deze werknemers van [naam verdachte rechtspersoon] volgt. Aangezien het leidinggevenden van deze locatie van [naam verdachte rechtspersoon] betreffen, wordt het opzet van deze medewerkers toegerekend aan [naam verdachte rechtspersoon] .
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
5 % het uitgangspunt, bij een overschrijding van zes tot twaalf maanden een strafkorting van 10 % en daarboven is het aan de rechter die over de feiten oordeelt overgelaten de compensatie te bepalen. Op onderhavige zaken past de rechtbank een naar redelijkheid bepaalde strafkorting toe van in totaal 20% op de uiteindelijk op te leggen geldboete.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
geldboete van € 100.000,- (honderdduizend euro).