De rechtbank Rotterdam heeft op 21 september 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van feitelijk leidinggeven aan belastingfraude. Het onderzoek vond plaats op 7 september 2017, waarbij de officier van justitie en de raadsman van verdachte hun standpunten naar voren brachten.
Verdachte werd verweten dat hij betrokken was bij het opzettelijk indienen van drie vervalste facturen bij de Belastingdienst namens een besloten vennootschap waarvan hij bestuurder en enig aandeelhouder was. Deze handelingen hadden tot gevolg dat er te weinig belasting werd geheven, met een benadelingsbedrag van € 265.440,-. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte feitelijk leiding gaf aan deze verboden gedragingen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte de verantwoordelijkheden uit de belastingwetgeving niet serieus nam en daarmee de integriteit van het financiële verkeer ernstig schaadde. Het vermoeden dat verdachte als katvanger zou zijn gebruikt, werd door de rechtbank verworpen wegens gebrek aan bewijs. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden legde de rechtbank een gevangenisstraf van acht maanden op, rekening houdend met het feit dat het benadelingsbedrag niet daadwerkelijk was uitgekeerd en dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten was veroordeeld.