In deze civiele procedure vordert eiser een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, gebaseerd op een strafvonnis dat openlijke geweldpleging in vereniging op 9 februari 2014 vaststelt.
De rechtbank overweegt dat het arrest tegen één van de gedaagden in hoger beroep nog niet kracht van gewijsde heeft vanwege cassatie, waardoor tegenbewijs tegen de andere gedaagden wordt toegelaten. Gedaagde 1 en 3 mogen tegenbewijs leveren om het dwingende bewijs van hun schuld te ontzenuwen.
Indien zij daarin slagen, moet eiser alsnog bewijs leveren. De rechtbank bepaalt een procedurele planning voor het leveren van bewijs, waaronder het horen van getuigen en het overleggen van bewijsstukken.
De procedure tegen gedaagde 2 wordt gesplitst en aangehouden vanwege de lopende cassatie. De rechtbank wijst erop dat aanvullende bewijslevering door eiser en reactie daarop mogelijk zijn.
De beslissing laat gedaagde 1 en 3 toe tot tegenbewijs en regelt de verdere procesvoering, waarbij het geschil over materiële en immateriële schade nog nader zal worden beoordeeld.