De werknemer trad in 2009 in dienst bij koffieshop Nemo als portier en werkte ook voor de zustervennootschap The Reef. Na intrekking van de exploitatievergunningen door de burgemeester van Rotterdam werden de bedrijfsactiviteiten op 30 maart 2017 gestaakt. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd per 1 juli 2017 wegens bedrijfsbeëindiging.
Eind september 2017 werd The Reef heropend door een nieuwe eigenaar, Heilzaam B.V., waar de werknemer in dienst trad. Voorafgaand aan deze indiensttreding tekende de werknemer een verklaring waarin hij afstand deed van vorderingen tegen Nemo. De werknemer stelde echter dat deze verklaring onder dwang of misbruik van omstandigheden tot stand kwam en heeft deze buitengerechtelijk vernietigd.
De werknemer vorderde onder meer betaling van een transitievergoeding, achterstallig loon, vakantietoeslag, vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen en een verbod aan Nemo om Heilzaam te beïnvloeden. De kantonrechter oordeelde dat de vernietiging van de verklaring als gegeven moest worden beschouwd, waardoor de inhoud ervan niet tegen de werknemer kan worden ingebracht. Er was geen sprake van opvolgend werkgeverschap omdat de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2017 was geëindigd.
De kantonrechter wees de transitievergoeding van € 11.079,00 toe, evenals € 2.254,67 aan achterstallig loon en een vergoeding van € 5.540,84 voor niet-genoten vakantiedagen. De vordering tot betaling van vakantietoeslag over juni 2017 werd afgewezen omdat dit bedrag reeds was betaald. Het verzoek tot een verbod aan Nemo werd afgewezen wegens gebrek aan grondslag. Nemo werd veroordeeld in de proceskosten.