De rechtbank Rotterdam behandelde op 21 november 2017 een zaak betreffende een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot machtiging gesloten jeugdhulp voor een jeugdige die op 1 oktober 2017 achttien jaar werd. De jeugdige verbleef bij een instelling voor gesloten jeugdhulp, Schakenbosch, maar de behandeling was nog niet gestart vanwege een wachtlijst.
De Raad handhaafde het verzoek tot machtiging, onderbouwd met een gezinsplan als hulpverleningsplan. De advocaat van de jeugdige en de moeder onderschreven het belang van gesloten jeugdhulp, waarbij de moeder aangaf dat Schakenbosch langdurige behandeling kan bieden. Echter, de rechtbank stelde vast dat de wettelijke voorwaarden voor een machtiging gesloten jeugdhulp voor een meerderjarige niet waren vervuld, omdat er geen behandeling was aangevangen vóór de 18e verjaardag en geen concreet uitzicht was op afronding binnen zes maanden na het bereiken van de meerderjarigheid.
De rechtbank concludeerde dat hoewel de noodzaak van hulp in geslotenheid aannemelijk was, de wet geen grond bood voor toewijzing van het verzoek. De rechtbank suggereerde dat een machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen een passendere route zou zijn. Het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp werd daarom afgewezen.