In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij Prefunko een vordering instelt tegen Pak Engineering. Pak Engineering beroept zich op het arbitragebeding in de RVOI 1987 voorwaarden, die volgens haar van toepassing zijn op de overeenkomst tot het opstellen van een palenplan.
Prefunko betwist de toepasselijkheid van deze voorwaarden en het arbitragebeding, stellende dat de opdrachtbevestiging van 2013 geen verwijzing naar de RVOI 1987 bevat en dat zij niet tijdig en redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van deze algemene voorwaarden. Tevens voert zij aan dat de toepassing van het arbitragebeding onredelijk is gelet op de samenhang met andere procedures bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat tussen partijen een bestendige handelsrelatie bestaat waarbij de RVOI 1987 voorwaarden stilzwijgend zijn aanvaard, mede door verwijzingen op facturen en eerdere afspraken. De ter hand stelling van de voorwaarden is voldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep op vernietiging van het arbitragebeding faalt. Ook is de toepassing van het arbitragebeding niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen en veroordeelt Prefunko in de kosten van het incident.