Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verzoek en de beoordeling
Declaratieformulier getuigen,” opgemaakt op 14 september 2017.
Rechtbank Rotterdam
Een getuige in een strafzaak diende een bezwaarschrift in bij de civiele voorzieningenrechter tegen de hoogte van de door de griffier toegekende vergoeding op grond van de Wet tarieven in strafzaken. De griffier had een vergoeding van € 38,28 toegekend, bestaande uit € 23,84 voor tijdsverzuim en € 14,44 voor openbaar vervoer.
De verzoeker stelde dat hij recht had op een hogere vergoeding van € 74,88, gebaseerd op vier uren gemist salaris à € 18,72 per uur, en dat zijn werkgever niet bereid was dit te vergoeden. De griffier maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift.
De voorzieningenrechter besloot zonder zitting op de stukken te oordelen, aangezien de verzoeker geen hoorzitting wenste. Ondanks het ontbreken van duidelijke informatie over de datum van uitreiking van de beschikking, werd het bezwaarschrift als tijdig ingediend beschouwd.
De voorzieningenrechter achtte het verzoek redelijk en wees het toe, waarbij de griffier werd gelast om een aanvullende vergoeding van € 51,04 aan de verzoeker te betalen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt toegewezen en de griffier wordt gelast € 51,04 aan verzoeker te betalen.