ECLI:NL:RBROT:2017:9721
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onbetaalde schulden
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens een schuldenlast van ruim €63.000. De rechtbank beoordeelt of verzoeker in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden en of hij de verplichtingen uit de regeling zal nakomen.
De rechtbank constateert dat een fraudeschuld aan het UWV van bijna €12.000 niet te goeder trouw is ontstaan, omdat verzoeker onterecht een WW-uitkering ontving en nagelaten heeft dit bedrag te reserveren voor terugbetaling. Daarnaast zijn schulden ontstaan door een hennepkwekerij in zijn woning, waarvoor verzoeker verantwoordelijk wordt gehouden omdat hij zijn huissleutel aan een ander ter beschikking stelde. Ook andere schulden aan zorgverzekeraar en energieleverancier zijn ontstaan in de relevante periode.
Verder is er onduidelijkheid over een alimentatieschuld aan het LBIO, waarvan niet duidelijk is of deze binnen de vijf jaar is ontstaan. Verzoeker heeft nagelaten de rechtbank te verzoeken de alimentatie op nihil te stellen om financiële ruimte te creëren voor andere schulden. Gezien deze feiten acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verzoeker de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling zal nakomen.
Gezien het ontbreken van goede trouw en het risico op het niet nakomen van verplichtingen, wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Dit betekent niet dat er geen andere redenen voor afwijzing zijn, maar deze zijn niet nader onderzocht.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw en het niet aannemelijk zijn dat de verplichtingen zullen worden nagekomen.