Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [naam 2] , werkzaam bij Gemeente Nissewaard (hierna te noemen schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om schuldeiser ABN AMRO te bevelen in te stemmen met een schuldregeling die zij aan haar schuldeisers heeft aangeboden. Het aanbod voorzag in een betaling van 15,33% tegen finale kwijting, maar hield geen rekening met de restschuld na verkoop van de woning waarvan verzoekster mede-eigenaar is. ABN AMRO, die een vordering van circa €92.000 heeft, stemde niet in met het voorstel.
De rechtbank constateert dat ABN AMRO een aanzienlijk aandeel heeft in de totale schuldenlast (ongeveer 60,11%) en dat het aanbod niet goed en controleerbaar is gedocumenteerd. Het laatste voorstel van 4,41% is niet schriftelijk aan alle schuldeisers voorgelegd en de woning is nog niet verkocht, waardoor de restschuld onzeker blijft.
Gezien deze omstandigheden weegt het belang van ABN AMRO als weigerende schuldeiser zwaarder dan dat van verzoekster en de overige schuldeisers. Daarom wordt het verzoek om een gedwongen schuldregeling afgeworpen. De rechtbank zal separaat beslissen over het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot gedwongen schuldregeling wordt afgewezen vanwege de redelijke weigering van ABN AMRO om in te stemmen met het aanbod.