ECLI:NL:RBROT:2017:9899

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 november 2017
Publicatiedatum
15 december 2017
Zaaknummer
C/10/536740/JE RK 17-3295
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp 18+ wegens ontbreken hulpverleningsplan

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de jeugdige, die recent 18 jaar is geworden, voor een periode van zes maanden. De jeugdige verblijft momenteel bij de Midgaard in Den Haag en staat op een wachtlijst voor beschermd wonen via ROGplus. De instelling stelde dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen.

De rechtbank oordeelde dat een machtiging gesloten jeugdhulp 18+ slechts kan worden verleend indien voldaan is aan de criteria van artikel 6.1.2 lid 4 Jeugdwet, waaronder het bestaan van een hulpverleningsplan dat toewerkt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp. Het gezinsplan van de GI voldeed niet aan deze eis omdat het niet gericht was op de komende periode en niet als hulpverleningsplan kon worden aangemerkt.

De advocaat van de jeugdige betoogde dat het verzoek onvoldoende concreet was en dat niet duidelijk was hoe en wanneer de overgang naar een andere hulpvorm zou plaatsvinden. De moeder benadrukte het belang van een opleiding en het ontbreken van duidelijke communicatie van de GI. De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden en wees het verzoek af. De GI werd gewezen op de mogelijkheid van een spoedverzoek indien alsnog een hulpverleningsplan wordt opgesteld.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp 18+ wordt afgewezen wegens het ontbreken van een concreet hulpverleningsplan.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/536740 / JE RK 17-3295
datum uitspraak: 9 november 2017

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp 18+

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI,
gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[Naam jeugdige] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [de jeugdige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te Vlaardingen.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- de beschikking van de kinderrechter van 6 oktober 2017 (welke is hersteld bij beschikking van 16 oktober 2017) en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- de verklaring d.d. 9 oktober 2017 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;
- de instemmende verklaring d.d. 10 oktober 2017 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;
- een faxbericht van de GI met bijlagen van 8 november 2017, ingekomen bij de griffie op 8 november 2017.
Op 9 november 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [de jeugdige] , bijgestaan door mr. S.E.M. Hooijman (tevens afzonderlijk gehoord),
- de moeder, bijgestaan door mr. A.P. van Elswijk,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam] .

De feiten

Bij beschikking van 3 februari 2004 is [de jeugdige] onder voogdij gesteld van Jeugdbescherming west.
Bij beschikking van 15 februari 2017 is de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond benoemd tot voogdes over [de jeugdige] .
[de jeugdige] verblijft bij de Midgaard in Den Haag.
Bij beschikking van 6 oktober 2017 is met ingang van 18 oktober 2017 een machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken, derhalve tot 15 november 2017.
Op 18 oktober 2017 is [de jeugdige] achttien jaar geworden.

Het verzoek

De gecertificeerde instelling heeft een machtiging verzocht om [de jeugdige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De zorgen omtrent [de jeugdige] en zijn gedrag bestaan nog steeds. [de jeugdige] verblijft sinds enige tijd bij de Midgaard (Horizon) in Den Haag. [de jeugdige] is inmiddels aangemeld bij ROGplus voor een beschermd wonen traject en staat daarvoor op de wachtlijst. Het is nog niet duidelijk wanneer hij aldaar kan worden geplaatst. De komende maanden bij de Midgaard moet [de jeugdige] worden voorbereid op zijn vervolgtraject. Indien [de jeugdige] binnen zes maanden kan worden overgeplaatst, zal dat worden gerealiseerd. Het aanvragen van een WAJONG uitkering loopt via de trajectbegeleider van [de jeugdige] bij Horizon. Het gezinsplan is het hulpverleningsplan. Niet bekend is of er bij Horizon een hulpverleningsplan voor [de jeugdige] is. Er is aan Midgaard om stukken gevraagd, maar die zijn nog niet ontvangen.

De standpunten

De advocaat van [de jeugdige] heeft ter zitting bepleit het verzoek af te wijzen nu niet is voldaan aan de gronden in artikel 6.1.2. lid 4 sub c van de Jeugdwet, namelijk dat er wordt toegewerkt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp. Dit blijkt ook niet uit het gezinsplan. De GI heeft nu ter zitting aangegeven dat [de jeugdige] is aangemeld voor ROGplus, maar dit is te vaag. Het is niet duidelijk waar [de jeugdige] terecht komt, op welke termijn, en hoe daar naartoe wordt gewerkt. Er moet een concreet hulpverleningsplan zijn opgesteld. Subsidiair wordt verlening van de machtiging voor een maand bepleit, met aanhouding van het overige.
[de jeugdige] heeft ter zitting verklaard dat hij een tante in Tilburg heeft waar hij zou kunnen gaan wonen. Er zijn veel regels bij Midgaard waaraan hij zich moet houden. Het is voor hem niet duidelijk waaraan hij binnen de gesloten jeugdhulp zou moeten werken.
De advocaat van de moeder heeft ter zitting bepleit de machtiging gesloten jeugdhulp voor maximaal drie maanden te verlenen, zodat de GI voortvarend te werk kan gaan en bepaalde zaken voor [de jeugdige] kan regelen. Ook moet er aandacht worden besteed aan een opleiding voor [de jeugdige] . De advocaat verzoekt de zaak voor de kerst weer op zitting te behandelen, mede gelet op het feit dat de aanmeldingen voor een nieuwe opleiding voor 1 januari moeten zijn gedaan. Het is goed dat de rechtbank de druk op de ketel houdt. De afgelopen vier weken is er niets concreets gebeurd.
De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij al langere tijd contact zoekt met de GI over wat er gaat gebeuren met [de jeugdige] , omdat het niet duidelijk is. Er moet een aanvraag bij de gemeente worden ingediend voor de aanvraag van een WAJONG uitkering.
De moeder heeft hiervoor contact gezocht met de gezinsvoogd. De GI houdt geen rekening met de verschillende fases van het kind. [de jeugdige] wil graag zijn diploma halen, terwijl Horizon wil dat [de jeugdige] gaat werken. Een diploma is nodig om te kunnen gaan werken.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Een machtiging voor een jeugdige die achttien jaar is, zoals [de jeugdige] , kan ingevolge artikel 6.1.2 lid 4 van de Jeugdwet bovendien slechts worden verleend als er – onder meer – voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar een hulpverleningsplan is opgesteld, toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp en dit ook blijkt uit het hulpverleningsplan.
De kinderrechter constateert dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria zoals
gesteld in artikel 6.1.2. vierde lid onder b en c van de Jeugdwet. Niet gebleken is dat er
voordat [de jeugdige] achttien jaar werd, een hulpverleningsplan is opgesteld waaruit blijkt dat er
wordt toegewerkt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp. Het
gezinsplan van de GI kan niet worden beschouwd als hulpverleningsplan in de zin van artikel
6.1.2 lid 4 van de Jeugdwet, alleen al omdat het niet is gericht op de komende periode. Gelet
op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen.
Omdat de machtiging op 14 november a.s. afloopt, wijst de kinderrechter de GI op
de mogelijkheid van het indienen van een spoedverzoek indien er toch een
hulpverleningsplan blijkt te zijn.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst af het onderhavige verzoek, voor zover hierop niet eerder is beslist.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. van der Stroom, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Ramgolam als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2017.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.