Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De vaststaande feiten
3.De klacht
4.Het wettelijke kader
5.Het feitencomplex
.Op 13 juli 2017 wordt verzoeker in verband met de voorwaardelijke machtiging beoordeeld door een onafhankelijke psychiater.
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, diende een klacht in tegen het besluit tot toepassing van medicatie en separatie, stellende dat er geen noodsituatie was en dat politieoptreden disproportioneel was.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker psychotisch was en zich agressief en dreigend gedroeg, wat een acute noodsituatie opleverde die het toepassen van middelen en maatregelen rechtvaardigde. De separatie en medicatie waren doelmatig, proportioneel en subsidiariteit werd in acht genomen.
De inzet van politie, inclusief het gebruik van een taser en schildprocedure, werd als noodzakelijk en proportioneel beoordeeld vanwege het ernstige fysieke verzet van verzoeker. De rechtbank oordeelde dat de informatieplicht in de aanzeggingsbrief niet vereist dat soort, dosis en toedieningsvorm van noodmedicatie worden vermeld.
Uiteindelijk werd de klacht ongegrond verklaard, waarmee de rechtbank bevestigde dat de maatregelen passend waren in de gegeven omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht ongegrond en bevestigt dat de toepassing van medicatie, separatie en politieassistentie rechtmatig en proportioneel was.