ECLI:NL:RBROT:2018:10049
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen schuldenaren
De rechtbank Rotterdam heeft op 21 november 2018 uitspraak gedaan over de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van twee schuldenaren. De bewindvoerder had verzocht tot beëindiging vanwege het niet nakomen van informatie- en afdrachtverplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden. Tijdens de procedure werden meerdere afspraken gemaakt, maar de schuldenaren voldeden hier niet aan, ondanks herhaalde kansen en begrip voor hun persoonlijke omstandigheden.
De schuldenaren hadden onder meer een betalingsachterstand bij Ziggo en voldeden niet aan de verplichting om de beleggingsverzekering af te kopen en de benodigde stukken aan te leveren. Ondanks een hartoperatie en ziekte van één van de schuldenaren, oordeelde de rechtbank dat zij voldoende tijd hadden gehad om aan de verplichtingen te voldoen. De bewindvoerder had geen vertrouwen in het nakomen van toekomstige verplichtingen.
De rechtbank concludeerde dat de schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten en beëindigt daarom de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c Faillissementswet Pro. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en werd bepaald dat de kosten van een medische keuring ten laste van de boedel komen, voor zover mogelijk, en anders ten laste van de staat.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen van de schuldenaren in hun verplichtingen.