Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
2.De standpunten
3.De beoordeling
3.De beslissing
[bedrijf], voornoemd in staat van faillissement;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot faillietverklaring van een besloten vennootschap, ingediend door de ontvanger van de Belastingdienst. Verweerster betwistte niet dat zij een bedrag aan de Belastingdienst verschuldigd is, maar stelde de hoogte van de vordering ter discussie. Tevens werd een steunvordering van De Thuiskopie aan de orde gesteld, waarvan de vordering aanzienlijk was toegenomen.
Tijdens de zitting werd een verzoek tot aanhouding van de procedure afgewezen, ondanks het feit dat de bestuurder van verweerster niet aanwezig kon zijn vanwege verblijf in het buitenland. De rechtbank oordeelde dat voldoende feiten en omstandigheden aanwezig waren waaruit blijkt dat verweerster is opgehouden te betalen en dat er sprake is van opeisbare vorderingen van meerdere schuldeisers.
De rechtbank stelde vast dat verweerster een bedrag van ten minste € 37.761,00 aan de Belastingdienst verschuldigd is en dat de vordering van De Thuiskopie, ondanks betwisting, onvoldoende gemotiveerd werd weersproken. Op grond hiervan werd het faillissementsverzoek toegewezen, met benoeming van een rechter-commissaris en curator, en werden de bevoegdheden van de curator vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de besloten vennootschap failliet wegens opeisbare schulden aan de Belastingdienst en De Thuiskopie.