Op 15 oktober 2018 werd de verdachte aangehouden met een omgebouwd gaspistool van het merk/type Ekol Tuna, kaliber 6.35 mm, en daarbij passende munitie in zijn auto op de openbare weg in Rotterdam. De rechtbank stelde vast dat het bezit van het vuurwapen en de munitie wettig en overtuigend bewezen was, hoewel het specifieke type munitie niet kon worden gekwalificeerd.
De verdachte kon niet verklaren waarom hij het wapen bij zich had, wat de rechtbank zorgwekkend vond vanwege het risico dat vuurwapens vormen voor de openbare veiligheid. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte voor soortgelijke feiten en andere strafbare feiten. De verdediging verzocht om een straf die gelijk is aan het voorarrest vanwege mogelijke persoonlijke en zakelijke gevolgen.
De rechtbank oordeelde dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was gezien de ernst van het feit, de eerdere veroordelingen en het ontbreken van verantwoordelijkheid van de verdachte. Uiteindelijk werd de verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.