ECLI:NL:RBROT:2018:10121
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- H.I. Kernkamp-Maathuis
- H.L. de Gruijl-van Benthem
- L. Berghuis-Knijff
- Rechtspraak.nl
Vader krijgt eenhoofdig gezag en geen toestemming nodig voor verhuizing met minderjarige
De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2018 uitspraak gedaan in een zaak over het gezag en de zorgregeling van een minderjarige. De vader verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag en om hem eenhoofdig gezag toe te kennen, mede vanwege de gebrekkige communicatie en het onaanvaardbare risico dat het kind klem zou raken tussen de ouders. De moeder verzette zich tegen dit verzoek.
De rechtbank constateerde dat ondanks een ondertoezichtstelling van meer dan twee jaar de communicatie tussen de ouders niet was verbeterd en dat de moeder de vader onterecht beschuldigde en hem contact ontzegde. Hierdoor was er sprake van gewijzigde omstandigheden die het beëindigen van het gezamenlijk gezag rechtvaardigden. De rechtbank kende het eenhoofdig gezag toe aan de vader.
Verder verzocht de vader om vervangende toestemming voor verhuizing en schoolwijziging, maar omdat hij nu eenhoofdig gezag had, was deze toestemming niet meer nodig en werd het verzoek afgewezen. De rechtbank achtte de verhuizing in het belang van het kind.
De moeder vroeg om een zorgregeling, maar de rechtbank stelde vast dat gezien het eenhoofdig gezag het ging om een omgangsregeling. Deze regeling wordt door de gezinsvoogd vastgesteld en begeleid, met geleidelijke opbouw naar onbegeleide omgang, rekening houdend met de draagkracht van het kind. De moeder haar verzoek werd afgewezen.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de vader krijgt eenhoofdig gezag over de minderjarige.