Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 4 september 2017;
- het F9-formulier van de man, ingekomen op 12 september 2017;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 15 december 2017;
- het verweerschrift op het zelfstandige verzoek met bijlagen, ingekomen op 18 mei 2018;
- het F9-formulier met bijlage van de zijde van de man, ingekomen op 19 juni 2018;
- het F9-formulier met bijlagen van de zijde van de vrouw, ingekomen op 20 juni 2018;
- het aanvullende verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ingekomen op 3 oktober 2018;
- het aanvullende verzoekschrift van de man, met bijlagen, ingekomen op 5 oktober 2018.
- de man met zijn advocaat;
- de vrouw met haar advocaat.
- De woonlasten van € 1.028,-, bestaande uit de huur van € 1.250,-, verminderd met de gemiddelde basishuur van € 222,-. De man heeft deze last onderbouwd. De stelling van de vrouw dat de man samenwoont en dat zijn woonlasten bij helfte gedeeld dienen te worden, heeft de man gemotiveerd betwist. Deze stelling wordt gepasseerd.
- De ziektekosten van € 143,- per maand, bestaande uit de premie voor een zorgverzekering inclusief aanvullende verzekeringen van € 146-, verminderd met het reeds in de bijstandsnorm begrepen deel van de ziektekosten van € 35,- en vermeerderd met het eigen risico dat aan deze verzekering is verbonden van € 32,- per maand. De man heeft deze last onderbouwd.
- De aflossing op de rekening-courant van € 1.667,- per maand. Vast staat dat de man een behoorlijke schuld heeft aan de onderneming. Dat hier nog niet verplicht op wordt afgelost, doet daaraan niet af. Volgens vaste jurisprudentie dient met alle schulden rekening te worden gehouden bij het bepalen van de draagkracht. Daarbij geldt dat de schuld tijdens het huwelijk is ontstaan als gevolg van het bestedingspatroon van partijen. Dat de schuld uiteindelijk (deels) moet worden afgelost staat vast. De rechtbank acht het redelijk om het standpunt van de man te volgen en rekening te houden met een aflossing van € 200.000,-. Dat de aflossing in vijf jaar dient te geschieden, is niet voldoende onderbouwd. Daarom wordt in redelijkheid rekening gehouden met een periode van 10 jaar.
- De door de man betaalde rente voor de schuld in rekening-courant van € 106,- per maand. De vrouw heeft de door de man gemaakte berekening van de door hem te betalen rente waarbij rekening is gehouden met het resultaat in de vennootschap wat hieruit voortvloeit, niet gemotiveerd betwist.