ECLI:NL:RBROT:2018:10188
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegde sluiting horeca-inrichting na geweldsincident buiten de inrichting
Eisers exploiteerden een horeca-inrichting die na een ernstig geweldsincident buiten de inrichting door de burgemeester voor drie maanden werd gesloten, met een voorafgaande spoedsluiting van twee weken. Het incident vond plaats na sluitingstijd, ongeveer honderd meter van de inrichting, waarbij betrokkenen de locatie kort daarvoor hadden verlaten. Eisers voerden aan dat het incident zich niet vanuit de inrichting had voorgedaan en dat de sluiting daarom niet gerechtvaardigd was.
De rechtbank stelde vast dat het incident niet in of vanuit de inrichting had plaatsgevonden en dat er onvoldoende verband bestond tussen de exploitatie van de inrichting en het geweldsincident. De politie- en camerabeelden toonden een rustige avond binnen de inrichting en geen aanwijzingen dat het geweld voortkwam uit gebeurtenissen binnen de horecagelegenheid. De burgemeester had daarom geen bevoegdheid om na de spoedsluiting tot verdere sluiting over te gaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit tot sluiting. Eisers kregen het betaalde griffierecht en proceskosten toegewezen. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke causale relatie tussen het incident en de horecagelegenheid voor het opleggen van sluitingen op grond van de APV.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot sluiting van de horeca-inrichting omdat het geweldsincident zich niet vanuit de inrichting heeft voorgedaan.