ECLI:NL:RBROT:2018:10294
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot horen van getuigen bij zwijgende verdachte op grond van onvoldoende onderbouwing
De verdediging van de verdachte verzocht op 27 juni 2017 om het horen van zeven getuigen om te onderzoeken of de verdachte op de hoogte was van malversaties en welke betrokkenheid hij daarbij had. De officier van justitie stelde dat dit verzoek onvoldoende onderbouwd was.
De rechter-commissaris oordeelde dat een verzoek ex artikel 182 Sv Pro deugdelijk en concreet gemotiveerd moet zijn, met voldoende aanknopingspunten om het onderzoek te verrichten. De enkele wens om getuigen te ondervragen zonder concrete betwisting van verklaringen is onvoldoende en leidt tot een ongewenste 'fishing expedition'.
Omdat de verdachte grotendeels zwijgt en geen concrete betwistingen aanvoert, kan niet worden vastgesteld waarom de getuigen zouden moeten worden gehoord. Bovendien waren alle getuigen al door de politie gehoord en is niet gesteld dat belangrijke onderwerpen niet aan bod zijn gekomen. Daarom is het verzoek afgewezen wegens gebrek aan voldoende onderbouwing.
Uitkomst: Het verzoek tot het horen van de getuigen wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete onderbouwing en het zwijgen van de verdachte.