De gemeente Rotterdam besloot op 6 juni 2017 de dinsdagmarkt in het centrum af te gelasten vanwege voorspelde extreme weersomstandigheden. De marktmeesters constateerden storm en onveilige situaties, waarna de markt werd afgelast. Later die ochtend werd de markt alsnog toegestaan, maar niet alle kooplieden werden hiervan geïnformeerd. Een vereniging van marktkooplieden maakte bezwaar en beroep tegen het besluit.
De rechtbank oordeelde dat de vereniging alleen namens leden beroep kon instellen waarvan de identiteit tijdig bekend was, waardoor één eiser niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde vast dat de gemeente haar eigen Stormprotocol niet volgde; essentiële stappen zoals raadpleging van weerberichten en overleg met betrokkenen ontbraken. Ook was het besluit om de markt af te gelasten onzorgvuldig en overhaast genomen, mede omdat het later doorgaan van de markt niet aan alle kooplieden werd gecommuniceerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten. De eisers trokken hun schadeverzoeken in, zodat daarover geen uitspraak werd gedaan. De uitspraak kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.