ECLI:NL:RBROT:2018:10563

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2018
Publicatiedatum
21 december 2018
Zaaknummer
C/10/561811 / JE RK 18-3466
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.J. van den Broek-Prins
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 4.4.2 Uitvoeringsbesluit Jeugdwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onder toezichtstelling van minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling en instabiele opvoedsituatie

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen verzocht vanwege een instabiele opvoedsituatie en gedragsproblemen bij de kinderen. De kinderen wonen bij de vader en stiefmoeder, waarbij de vader zich niet openstelt naar hulpverlening. De moeder kampt met persoonlijke problematiek die de emotionele beschikbaarheid voor de kinderen beïnvloedt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de kinderen onvoldoende veiligheid en continuïteit ervaren en getuige zijn geweest van huiselijk geweld, wat hun ontwikkeling ernstig bedreigt. Hulpverlening is reeds gestart, maar de ouders zijn onvoldoende in staat om de problemen zelfstandig op te lossen. De gecertificeerde instelling heeft een wachtlijst waardoor nog geen vaste gezinsvoogdijwerker is toegewezen.

De rechtbank acht een ondertoezichtstelling noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden om passende hulp te kunnen bieden en de belangen van de kinderen te waarborgen. Tevens wijst de rechtbank de gecertificeerde instelling op haar verplichting om binnen vijf werkdagen een gezinsvoogdijwerker aan te wijzen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/561811 / JE RK 18-3466
datum uitspraak: 17 december 2018

beschikking ondertoezichtstelling

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2009 te [geboorteplaats minderjarige 2] , hierna te noemen [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te Spijkenisse,

[naam vader] , hierna te noemen de vader, wonende te Hellevoetsluis.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam stiefmoeder] , hierna te noemen de stiefmoeder, wonende te Hellevoetsluis.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van
5 november 2018, ingekomen bij de griffie op 6 november 2018.
Op 17 december 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
- de moeder,
- de vader,
- de stiefmoeder, als informant,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam vertegenwoordigster 1] ,
- een tweetal vertegenwoordigsters van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming
Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI, mw. [naam vertegenwoordigster 2] en mw. [naam vertegenwoordigster 3] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de vader en de stiefmoeder.
Het verzoek
De Raad heeft een ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verzocht voor de duur van twaalf maanden.
Het standpunt van de Raad
De Raad heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht.
De kinderen hebben veel meegemaakt. Er is sprake van een instabiele opvoedsituatie. Door de onrust vertonen de kinderen in toenemende mate gedragsproblemen. Bij de moeder is sprake van persoonlijke problematiek. De kinderen wonen op dit moment bij de vader. De vader toont zich niet open naar de hulpverlening. Een jeugdbeschermer dient het perspectief van de kinderen duidelijk te krijgen, zodat zij weten waar zij zullen opgroeien.
Het standpunt van de GI
De GI heeft ter zitting het verzoek van de Raad ondersteund en medegedeeld dat een ondertoezichtstelling helpend kan zijn om de situatie voor de kinderen te stabiliseren en te verbeteren. De hulpverlening voor [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] is inmiddels gestart. Het is niet bekend wanneer er een vaste voogdijwerker aan het gezin kan worden toegewezen omdat er binnen de GI een wachtlijst bestaat.
Het standpunt van de belanghebbenden
De moeder heeft zich ter zitting niet verzet tegen het verzoek van de Raad, maar zij heeft medegedeeld dat zij wel een vaste jeugdbeschermer toegewezen wil krijgen. De moeder wil het beste voor haar kinderen. De hulpverlening voor de kinderen loopt en de vader toont zich betrokken. De GI heeft bodemeisen gesteld, maar nadien heeft er geen contact meer met de GI plaatsgevonden.
De vader heeft zich ter zitting verzet tegen het verzoek van de Raad. Hij heeft medegedeeld dat het goed gaat met de kinderen en dat de hulpverlening zich op de moeder dient te richten. Er is reeds hulp ingezet voor de kinderen vanuit Lucertis.

Het standpunt van de informant

De stiefmoeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij in beginsel geen bezwaar heeft tegen een ondertoezichtstelling, maar dat het wel haalbaar moet zijn voor alle betrokkenen mede in verband met werk.
Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, met ingang van 17 december 2018 tot
17 december 2019;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2018 door mr. M.J. van den Broek-Prins, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Spaans als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op .. november 2018.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.