Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
4.De beslissing
[gedaagde] vastgesteld op nihil.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert eiser betaling van achterstallig salaris en incassokosten van gedaagde, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vordering is ingesteld in kort geding en bodemprocedure, beide op 23 juli 2018 betekend.
De kantonrechter constateert dat in de bodemprocedure op 31 augustus 2018 een verstekvonnis is gewezen tegen gedaagde, zonder dat verzet is aangetekend. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang voor de kortgedingvordering.
De mondelinge behandeling is komen te vervallen na verzoek tot beslissing op de stukken. De kantonrechter verklaart eiser niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de proceskosten, welke nihil zijn omdat gedaagde geen proceshandelingen heeft verricht.
Het vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 25 oktober 2018.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van spoedeisend belang bij de kortgedingvordering.