Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[naam verweerder 1] ,
[naam verweerder 2],
Rechtbank Rotterdam
De Rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek van een buitenlandse rechtspersoon gevestigd in Hong Kong om een rogatoire commissie in Duitsland te gelasten voor het horen van drie getuigen woonachtig in Duitsland. De verzoekster stelde dat een van de getuigen niet naar Nederland kon komen, maar gaf hiervoor geen concrete redenen.
De verweerders voerden verweer tegen het verzoek, stellende dat niet was gebleken dat de getuigen niet bereid waren in Nederland te verschijnen en dat een rogatoire commissie zou leiden tot vertraging en extra kosten. De rechtbank benadrukte dat de hoofdregel is dat getuigen door de rechter die de zaak behandelt worden gehoord, tenzij zwaarwegende redenen dit verhinderen.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en dat het instellen van een rogatoire commissie geen duidelijke efficiëntievoordelen bood, mede vanwege de geografische spreiding van de getuigen in Duitsland. Tevens werd niet uitgesloten dat getuigen via videoverbinding konden worden gehoord.
De verzoekster werd in de gelegenheid gesteld binnen vier weken aan te geven of zij de getuigen alsnog in Nederland wenst te horen en om eventuele verhinderingen door te geven. De beslissing tot verdere behandeling werd aangehouden.
Uitkomst: Verzoek tot rogatoire commissie afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan efficiëntievoordelen.