Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde op de dagvaarding met parketnummer 10/661061-18 (hierna: feiten 1 t/m 5) en van het ten laste gelegde op de dagvaarding met parketnummer 10/662097-18 (hierna ook: feit 6);
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
modus operandi). De mannelijke begeleider(s)/mededader(s) van de vrouw is/zijn niet steeds dezelfde perso(o)n(en). Wel valt daarbij op dat de herkenningen door de politie steeds leiden naar de verdachte en/of mannelijke verwanten van hem.
op2 juli 2018 te Rotterdam
5.Strafbaarheid feiten
1.Diefstal door twee of meer verenigde personen;
Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
3.Mishandeling begaan tegen zijn levensgezel;
4.Mishandeling;
5.Diefstal door twee of meer verenigde personen.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen
[naam benadeelde 1]een schadevergoeding betalen van € 1.907,-, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
[naam benadeelde 2]een schadevergoeding betalen van
€ 16.143,33, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
,300, 304, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht.
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden;
[naam benadeelde 1], te betalen een bedrag van
€ 1.907,- (zegge: negentienhonderd en zeven euro), bestaande uit € 907,- aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 2 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
[naam benadeelde 1]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
[naam benadeelde 1]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde 1]te betalen
€ 1.907,-(hoofdsom,
zegge: negentienhonderd en zeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 juli 2018 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.907,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van
29 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 1], waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
[naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van
€ 16.143,33(zegge:
zestienduizend honderddrieënveertig euro en drieëndertig cent), bestaande uit € 15.743,33 aan materiële schade en € 400,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
[naam benadeelde 2]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
[naam benadeelde 2]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij
[naam benadeelde 2]te betalen
€ 16.143,33(hoofdsom,
zegge: zestienduizend honderddrieënveertig euro en drieëndertig cent),
115 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;
[naam benadeelde 2], waaronder begrepen betaling door zijn mededader, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.