Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 oktober 2018, met producties;
- de mondelinge behandeling gehouden op 6 november 2018.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil tussen moeder en dochter over de grafrechten van hun overleden familielid, begraven op begraafplaats Crooswijk te Rotterdam. De dochter staat geregistreerd als rechthebbende van het graf en moet toestemming geven voor het plaatsen van een gedenkteken. Hoewel een gedenksteen al geruime tijd gereed is, weigert de dochter zonder duidelijke reden medewerking te verlenen aan de plaatsing of overdracht van de grafrechten.
De moeder vordert dat de dochter wordt bevolen het overboekingsformulier te ondertekenen zodat de grafrechten op haar naam worden overgeschreven, met een dwangsom bij niet-naleving. De dochter voert aan geen bezwaar te hebben tegen het gedenkteken, maar wil niet als rechthebbende geregistreerd staan en vindt dat de steen in samenspraak met de hele familie moet worden gekozen. Tevens stelt zij dat de moeder eerst eigendommen van de overledene moet ophalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de dochter haar bevoegdheid misbruikt door zonder goede reden de plaatsing van het gedenkteken te blokkeren. Zij heeft geen concrete bezwaren tegen de steen ingebracht en heeft zelf geen alternatieven aangedragen. De weigering leidt tot onnodige vertraging en schaadt de belangen van de moeder. De rechter beveelt de dochter daarom de grafrechten over te dragen onder verbeurte van een dwangsom. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De dochter wordt bevolen de grafrechten over te dragen aan de moeder onder verbeurte van een dwangsom.