Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[V.],
1.Verloop van de procedure
2. De feiten
3.De vorderingen
4.De vorderingen van [eiser]
€ 1.000,00 +(4 punten à € 250,00 en )
Rechtbank Rotterdam
Eiser heeft een appartementsrecht gekocht dat eerder beheerd en verhuurd werd door gedaagde 1 en gedaagde 2 namens de voormalige eigenares. Er is onduidelijkheid over de rechtsverhouding: of er sprake is van een beheerovereenkomst of een huurovereenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de beheerovereenkomst niet op eiser is overgegaan en dat alleen de huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde 1 relevant is. Gedaagde 1 heeft sinds december 2017 geen huur betaald, waardoor eiser de huurovereenkomst terecht ontbindt. Gedaagde 2 is niet als huurder aangemerkt en de vorderingen tegen hem worden afgewezen.
De rechtbank wijst ook de stelling van gedaagde 1 af dat hij de woning aan [D.] heeft verhuurd, omdat onvoldoende bewijs is geleverd dat [D.] daadwerkelijk in de woning woonde of huur betaalde. Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met wettelijke rente en een maandelijkse schadevergoeding zolang hij de woning in bezit houdt. Proceskosten worden grotendeels toegewezen aan eiser.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde 1 wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur met rente en schadevergoeding.