Eiser, voormalig vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk Nederland, kreeg een toegangsverbod opgelegd door Stichting Blick tot haar scholen na verstoring van het onderwijsproces en zorgen over zijn rol bij statushouder-gezinnen die hij begeleidde.
Eiser vorderde opheffing van het toegangsverbod en toegang tot de scholen, stellende dat het verbod onzorgvuldig, disproportioneel en onrechtmatig was. Stichting Blick beriep zich op haar zorgplicht en het belang van orde en veiligheid binnen haar onderwijsinstellingen.
De rechtbank oordeelde dat Stichting Blick als onderwijsinstelling beleidsvrijheid heeft en dat het toegangsverbod niet onredelijk was gezien de verstoring van het onderwijsproces en afspraken over communicatie met statushouder-gezinnen. Het ontbreken van een initiële motivatie maakte het verbod niet per se onrechtmatig.
De vorderingen werden afgewezen, omdat onvoldoende grond bestond voor opheffing van het toegangsverbod en de belangen van Stichting Blick zwaarder wogen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.