Op 9 september 2018 werd verdachte samen met anderen betrapt tijdens een poging tot woninginbraak in een woning te Rotterdam. De politie maakte gebruik van camerabeelden die vrijwillig door de woningbouwvereniging werden verstrekt. De verdediging stelde dat deze beelden onrechtmatig waren verkregen en onvoldoende bewijs boden, maar de rechtbank verwierp deze bezwaren.
De verbalisant herkende verdachte op de beelden aan zijn kleding en eerdere ontmoetingen, wat door de rechtbank als betrouwbaar werd beoordeeld. Er was geen sprake van ontvreemding omdat de verdachten werden overlopen, maar er was wel aanzienlijke schade aan de woning.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot diefstal door braak samen met anderen. Gezien de ernst van het feit en het strafblad van verdachte legde de rechtbank een gevangenisstraf van 8 weken op, welke reeds door voorarrest was uitgezeten. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens onvoldoende onderbouwing.