De rechtbank Rotterdam heeft op 18 oktober 2018 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van verkrachting en bedreiging met een mes op 11 februari 2017 in Rotterdam. De tenlastelegging omvatte het dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen onder bedreiging en het dreigend voorhouden van een mes met daarbij bedreigende woorden.
Tijdens de terechtzitting op 4 oktober 2018 heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. De rechtbank heeft het bewijs beoordeeld en geoordeeld dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend is bewezen. Er is geen nadere motivering gegeven voor de vrijspraak, omdat zowel de officier van justitie als de verdediging het eens waren over het ontbreken van voldoende bewijs.
De rechtbank verklaarde de ten laste gelegde feiten niet bewezen en sprak verdachte vrij. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven, dat eerder was geschorst. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken in een openbare zitting.